Nieuwe ontslagregels en meer per 1 januari 2020 [video]

29 mei 2019  door Maarten van Gelderen

De Wet arbeidsmarkt in balans (Wab) is een feit en treedt per 1 januari 2020 definitief in werking. Minister Koolmees hoopt met een pakket aan maatregelen werkgevers te stimuleren vaker arbeidscontracten voor onbepaalde tijd aan te gaan.

Wat zijn de belangrijkste onderdelen van deze wet?

Ketenregeling

De maximale periode waarover een werkgever een serie tijdelijke contracten mag aangaan wordt verlengd van twee naar drie jaar. Met ingang van 1 januari a.s. mag een werkgever weer drie tijdelijke contracten aangaan over een periode van maximaal drie jaar. Daarmee is de oude ketenregeling zoals die gold vóór 1 juli 2015 weer in ere hersteld.

Let op!
Het gaat dus om maximaal drie contracten binnen een periode van maximaal drie jaar. Bij het vierde contract of na overschrijding van de driejaarsperiode ontstaat automatisch een contract voor onbepaalde tijd. Een werkgever die bijvoorbeeld drie contracten van zes maanden is aangegaan moet er rekening mee houden dat het vierde contract een contract voor onbepaalde tijd zal zijn.

Een werkgever doet er dus verstandig aan om nu al in kaart te brengen wat de status is van alle tijdelijke arbeidscontracten. De nieuwe ketenregeling gaat namelijk gelden voor alle tijdelijke contracten eindigen op of na 1 januari 2020.

De tussenpoos blijft overigens zes maanden. Dat wil zeggen dat een nieuwe keten pas start als er sprake is van een onderbreking van meer dan zes maanden. Alleen bij cao is het mogelijk om deze tussenpoos in bijzondere gevallen te verkorten tot drie maanden.

Ontslagrecht wordt versoepeld

Ook dit is een handreiking aan alle werkgevers die zich beklaagden over de starheid van het huidige ontslagrecht. Met de introductie van een nieuwe ontslaggrond per 1 januari 2020, de zogenaamde cumulatiegrond, moet het voor werkgevers eenvoudiger worden om een werknemer te ontslaan, ook als het ontslagdossier niet helemaal op orde is.

Wat gaat er veranderen? Minister Koolmees introduceert een nieuwe ontslaggrond waardoor werkgevers zich kunnen beroepen op een samenloop van omstandigheden. Als er bijvoorbeeld sprake is van disfunctioneren maar ook van een (deels) verstoorde arbeidsrelatie, zou op deze nieuwe ontslaggrond een beroep gedaan kunnen worden. Denk bijvoorbeeld aan de situatie dat het disfunctioneringsdossier nog niet compleet op orde is en de verstoorde arbeidsrelatie nog niet overtuigend aangetoond kan worden. Toch kan deze combinatie van factoren tot de conclusie leiden dat van de werkgever niet gevergd kan worden om het dienstverband langer in stand te laten.

Let op!
De rechter kan bij een beroep op deze nieuwe ontslaggrond bepalen dat de werknemer bovenop de transitievergoeding recht heeft op een extra vergoeding. Deze vergoeding kan dan maximaal 50% bedragen van de wettelijke transitievergoeding.

Ontslag wordt dus (iets) makkelijker, maar in bepaalde gevallen ook iets duurder. Wanneer de rechter deze extra vergoeding zal opleggen en voor welk bedrag is nog onduidelijk. De rechtspraak zal zich op dit punt nog moeten ontwikkelen. Tegelijkertijd is de verwachting dat deze nieuwe ontslagregels ook grote invloed zullen hebben op de praktijk van ontslag met wederzijds goedvinden. Onze inschatting is dat veel werkgevers niet snel geneigd zullen zijn om een vaststellingsovereenkomst aan te gaan die de werknemer recht geeft op een ontslagvergoeding die meer bedraagt dan 150% van de transitievergoeding.

Gewijzigde opbouw van transitievergoeding

Om het verschil tussen flexcontracten en vast contracten te verkleinen zal iedere werknemer vanaf 1 januari 2020 bij ontslag in principe recht hebben op een transitievergoeding. De opbouw van de transitievergoeding gaat dan dus met ingang van de eerste werkdag plaatsvinden en niet, zoals nu, pas na twee jaar.

Dit betekent dat werkgevers vanaf 2020 veel vaker te maken zullen krijgen met de verplichting om een transitievergoeding te betalen. Dat zal bij korte dienstverbanden om relatief kleine bedragen gaan, maar zal los van de afvloeiingskosten ook tot de nodige extra bureaucratie leiden. Ook oproepkrachten of werknemers die in de proeftijd worden opgezegd hebben immers recht op een transitievergoeding. Werkgevers zullen deze transitievergoedingen tot op de dag nauwkeurig moeten berekenen en uitkeren. Voor de berekening van deze (nieuwe) transitievergoedingen kun je overigens gebruik maken van onze rekentool die tijdig op de nieuwe wetgeving zal worden aangepast.

Daar staat tegenover dat de verhoogde opbouw van de transitievergoeding voor werknemers met een dienstverband langer dan tien jaar, komt te vervallen. Met andere woorden: het wordt voor werkgevers aanzienlijk goedkoper om een werknemer met een lang dienstverband (lees: een oudere werknemer) te ontslaan.

Meer bescherming voor oproepkrachten

Oproepkrachten worden door de Wet arbeidsmarkt in balans meer in bescherming genomen. Zo moeten oproepkrachten met ingang van 1 januari 2020 minimaal vier dagen van tevoren schriftelijk worden opgeroepen. Belangrijker en ingrijpender is de regel dat een werkgever verplicht wordt om elke oproepkracht na twaalf maanden een aanbod te doen om werkzaam te zijn op basis van een vaste urenomvang.

De urenomvang van dit aanbod wordt bepaald door het gemiddeld aantal uren dat de oproepkracht in de afgelopen twaalf maanden gewerkt heeft. Vergeet je als werkgever om dit aanbod te doen, dan kan je dat duur komen te staan. In dat geval kan de oproepkracht namelijk het loon claimen dat hoort bij de arbeidsomvang die aangeboden had moeten worden.

Voor werkgevers die regelmatig met oproepkrachten werken is het dus van groot belang om de komende maanden scherp in kaart brengen met hoeveel oproepkrachten er gewerkt wordt en na te gaan hoe lang elke oproepkracht al werkzaam is.

Let op!
Als een oproepkracht op 1 januari 2020 al twaalf maanden of langer werkzaam is, dan moet je als werkgever binnen een maand (dus voor 1 februari 2020) een aanbod doen voor een vaste urenomvang.

Payrollwerkgevers mogen niet meer profiteren van gunstige regels

Aan payrolling zijn in de Wet arbeidsmarkt in balans een aantal specifieke regels gewijd. In de kern komt het erop neer dat payrolling een stuk onaantrekkelijker gemaakt wordt.

Konden payrollbedrijven tot nu toe meeliften op en gebruik maken van de gunstige (ontslag)regels van uitzendbureaus, met ingang van 1 januari 2020 gelden de normale ontslagregels ook voor payrolling. Bovendien regelt de Wab dat payrollwerknemers recht hebben op dezelfde arbeidsvoorwaarden als de werknemers die rechtstreeks in dienst zijn bij de (inlenende) werkgever.

Wet arbeidsmarkt in balans op YouTube

De komende maanden zullen we niet alleen op deze site, maar ook via ons YouTube-kanaal regelmatig aandacht besteden aan de verschillende onderdelen van de Wet arbeidsmarkt in balans. Als je up-to-date geïnformeerd wilt blijven over de belangrijkste arbeidsrechtwijzingen, abonneer je dan op ons kanaal via deze link.

Waardeer deze site:
Klant waardering
0 753 waarderingen, gemiddeld: 7.7 /10

Bereken de transitievergoeding

  Vul hier de datum in waarop u verwacht dat het dienstverband eindigt.

  Onder bruto maandinkomen wordt verstaan: het laatstgenoten basissalaris vermeerderd met (indien van toepassing ) 1/12 deel van de door de werknemer verdiende provisie in de 12 maanden voorafgaand aan het ontslag. Daarnaast moet ook, voor zover van toepassing, 1/12 deel van de vakantietoeslag, vaste 13e maand, ploegentoeslag en overwerktoeslag worden meegenomen. Tot slot moeten ook winstuitkeringen, bonussen en variabele eindejaarsuitkeringen worden meegeteld. 1/36 deel van deze variabele looncomponenten, verschuldigd over de drie kalenderjaren voorafgaand aan het jaar van ontslag, tellen mee in het bruto maandinkomen.


Bereken je WW uitkering

Up to date blijven?

Blijf op de hoogte van het laatste ontslagnieuws

 

Ontvang maandelijks een update van de belangrijkste uitspraken en ontwikkelingen op het gebied van arbeidsrecht en ontslag.

 

Meld je hier aan

 

Bereken de transitievergoeding

  Vul hier de datum in waarop u verwacht dat het dienstverband eindigt.

  Onder bruto maandinkomen wordt verstaan: het laatstgenoten basissalaris vermeerderd met (indien van toepassing ) 1/12 deel van de door de werknemer verdiende provisie in de 12 maanden voorafgaand aan het ontslag. Daarnaast moet ook, voor zover van toepassing, 1/12 deel van de vakantietoeslag, vaste 13e maand, ploegentoeslag en overwerktoeslag worden meegenomen. Tot slot moeten ook winstuitkeringen, bonussen en variabele eindejaarsuitkeringen worden meegeteld. 1/36 deel van deze variabele looncomponenten, verschuldigd over de drie kalenderjaren voorafgaand aan het jaar van ontslag, tellen mee in het bruto maandinkomen.


Bereken je WW uitkering

Up to date blijven?

Blijf op de hoogte van het laatste ontslagnieuws

 

Ontvang maandelijks een update van de belangrijkste uitspraken en ontwikkelingen op het gebied van arbeidsrecht en ontslag.

 

Meld je hier aan

 

Lees verder