Transitievergoeding: wat is dit en wanneer heb ik daar recht op?

De transitievergoeding is de ontslagvergoeding waarop je volgens de wet (minimaal) recht hebt als je ontslagen wordt of als je arbeidscontract niet verlengd wordt. De hoogte van deze transitievergoeding is 1/3e maandsalaris per dienstjaar.

Dit moet je weten over de transitievergoeding:

Wanneer heb ik recht op een transitievergoeding?

Bij ontslag heb je vrijwel altijd recht op een transitievergoeding. Er zijn twee belangrijke voorwaarden om voor deze ontslagvergoeding in aanmerking te komen:

Er zijn ook een aantal situaties waarin je als werknemer geen recht hebt op een transitievergoeding. De belangrijkste uitzonderingen zijn:

Een bijzondere situatie geldt nog voor de werknemer die na 2 jaar arbeidsongeschikt te zijn geweest, uit dienst wil gaan of ontslagen wordt. Als het na die 2 jaar niet mogelijk is om het werk te hervatten, dan spreken we ook wel van een slapend dienstverband. In dat geval heb je meestal ook recht op een transitievergoeding. Hier lees je meer over slapende dienstverbanden.

Vaststellingsovereenkomst en transitievergoeding

Als je met je werkgever een vaststellingsovereenkomst sluit, heb je in principe geen recht op een transitievergoeding. Dat komt omdat je dan samen met je werkgever (financiële) afspraken maakt over jouw ontslag. Deze afspraken kunnen uitkomen op een lager, maar ook op een hoger bedrag dan de transitievergoeding. 

 

In de praktijk zal de ontslagvergoeding in een vaststellingsovereenkomst vrijwel altijd minimaal gelijk of meer bedragen dan de transitievergoeding. Waarom? Als de werkgever niet bereid is om minimaal de transitievergoeding te betalen en je gaat als werknemer niet akkoord met je ontslag, dan zal de werkgever een ontslagprocedure moeten starten. Dat kost niet alleen tijd en geld, maar de werkgever loopt ook het risico dat de rechter of het UWV de ontslagaanvraag afwijst.

 

Maar zelfs als de rechter of het UWV de ontslagaanvraag goedkeurt, moet de werkgever vervolgens alsnog de wettelijke transitievergoeding aan je uitkeren. Om die reden zal je werkgever in vrijwel alle gevallen bereid zijn om bij een vaststellingsovereenkomst minimaal de transitievergoeding te betalen (en vaak nog wel wat meer).

Laat je vaststellingsovereenkomst controleren

Er kan een hoop misgaan bij het opstellen van een vaststellingsovereenkomst (VSO). Laat hem daarom altijd controleren door een juridisch specialist.

In 95% van de gevallen moet de VSO aangepast worden.

Hoe bereken ik de transitievergoeding?

Het berekenen van de transitievergoeding is in de basis vrij simpel. De vergoeding bedraagt namelijk 1/3e maandsalaris per dienstjaar. Na een dienstverband van 3 jaar heb je dus recht op een transitievergoeding ter grootte van 1 bruto maandsalaris.

 

 

Toch kan het berekenen van de transitievergoeding in de praktijk nog lastig zijn. Dat komt omdat er bij de berekening van de transitievergoeding niet mag worden afgerond en de lengte van je dienstverband tot op de dag nauwkeurig berekend dient te worden. Een werknemer met een dienstverband van 10 jaar, 7 maanden en 5 dagen heeft dus recht op een transitievergoeding die exact op deze duur is afgestemd.

 

Volgens de officiële wettelijke richtlijnen zou dan eerst berekend moeten worden wat de hoogte is van de transitievergoeding over de hele jaren (10), daarna over de maanden (7) en tot slot over de 5 dagen. Voor de jaren en de maanden levert dit nog geen grote problemen op. Met toepassing van de rekenregel van 1/3e maandsalaris per dienstjaar levert dit namelijk het volgende beeld op:

Lastiger wordt het om uit te rekenen hoeveel transitievergoeding er verschuldigd is over de laatste 5 dagen van het dienstverband. Volgens de officiële richtlijnen zou er dan bekeken moeten worden hoeveel salaris je over deze 5 dagen precies verdiend hebt. Dat is erg ingewikkeld om uit te rekenen en uit praktisch oogpunt hanteren wij de formule:

De totale transitievergoeding komt in dit voorbeeld dan uit op 3,5323 maandsalarissen.

Welke loonbestanddelen tellen mee bij de berekening van de transitievergoeding?

In een speciale wettelijke regeling is vastgelegd welke loonbestanddelen meetellen bij de berekening van de transitievergoeding. Het gaat dan om de volgende onderdelen:

Andere loonbestanddelen dan hierboven genoemd, tellen in principe niet mee. Dus zaken als pensioen, een leaseauto, aandelen- en optieplannen en een bijdrage voor zorgkosten tellen niet mee bij de berekening van de transitievergoeding.

Wat is de maximale transitievergoeding?

De maximale transitievergoeding bedraagt per 1 januari 2021 € 84.000 bruto. Dit maximum wordt elk jaar op 1 januari geïndexeerd aan de hand van de gemiddelde loonstijging in Nederland.

 

Als je een jaarsalaris verdient dat hoger is dan € 84.000 bruto, dan is de maximale transitievergoeding voor jou een jaarsalaris. Voor een werknemer die € 100.000 bruto per jaar verdient, is de maximale transitievergoeding dus € 100.000 bruto. Dit maximum wordt overigens pas bereikt na een dienstverband van 36 jaar.

Hoeveel belasting moet ik over de transitievergoeding betalen?

Over een ontslagvergoeding moet belasting betaald worden. Je werkgever zal bij de uitbetaling van de ontslagvergoeding direct loonbelasting moeten inhouden. Je ontvangt dus zelf alleen het netto gedeelte van de ontslagvergoeding.

 

Het percentage aan belasting dat betaald moet worden over de transitievergoeding hangt af van het jaarinkomen van de werknemer. De transitievergoeding valt namelijk in box 1 en wordt op dezelfde wijze belast als bijvoorbeeld loon. 

 

De belastingtarieven per 1 januari 2021 bedragen in box 1 bedragen:

Omdat je werkgever meestal niet goed kan inschatten hoe jouw totale inkomen er over een heel kalenderjaar uitziet, is de kans groot dat hij voor de zekerheid het hoogste percentage (49,50%) op de bruto ontslagvergoeding inhoudt. Als later blijkt dat jouw belastbare inkomen (inclusief de ontslagvergoeding) lager is geweest dan € 68.507, dan kun je via de belastingdienst om een teruggave vragen.

Voorbeeld belasting over transitievergoeding 2021

Marcel de Ruiter wordt op 1 maart 2021 ontslagen en ontvangt een transitievergoeding van € 25.000 bruto. Zijn werkgever houdt bij de eindafrekening 49,50% loonheffing op deze ontslagvergoeding in. Marcel krijgt dus slechts € 12.625 netto op zijn bankrekening bijgeschreven. Bij de aangifte inkomstenbelasting over 2021 wordt duidelijk dat het totaal belastbare jaarinkomen van Marcel bestaat uit de optelsom van het loon dat Marcel tot 1 maart 2021 van zijn werkgever ontving, de WW-uitkering die Marcel vanaf 1 maart 2021 ontving en zijn ontslagvergoeding.

 

Het totaal belastbare jaarinkomen blijkt dan € 60.000 bruto te bedragen. Daarmee moet Marcel over zijn inkomen 37,10% belasting betalen. De werkgever heeft dus, achteraf bezien, te veel loonheffing ingehouden op de uitbetaling van de ontslagvergoeding. Marcel heeft nog recht op een belastingteruggave van € 3.100 (12,40% van € 25.000).

 

Als jouw inkomen door de uitbetaling van een transitievergoeding sterk wisselend is geweest, kun je misschien een beroep doen op de middelingsregeling. Voor de toepassing van deze regeling kijkt de belastingdienst naar jouw gemiddelde inkomen over de afgelopen 3 jaren. Als blijkt dat je meer belasting betaalt hebt dan wanneer je inkomen in de afgelopen 3 jaren gelijkmatig was geweest, kom je mogelijk in aanmerking voor een belastingteruggave. De voorwaarden om in aanmerking te komen voor deze middelingsregeling lees je op deze pagina van de belastingdienst.

Voorbeeld middelingsregeling en ontslagvergoeding

Leo Meijer heeft normaal gesproken een belastbaar jaarinkomen van € 35.000 bruto. In 2021 wordt hij ontslagen en ontvangt hij een ontslagvergoeding. Zijn belastbaar inkomen in dat jaar bedraagt € 100.000 bruto. In 2019 en 2020 betaalde Leo per jaar ca. € 13.000 aan belasting (box 1). In 2021 (het jaar van ontslag) betaalt Leo door zijn extra hoge inkomen € 41.000 aan belasting. Totaal betaalde belasting over 2019, 2020 en 2021: € 67.000.

 

Leo wil in aanmerking komen voor de middelingsregeling. Hij berekent allereerst zijn gemiddelde inkomen over de jaren 2019, 2020 en 2021. Zijn gemiddelde jaarinkomen bedraagt € 56.666 bruto. Over dit bedrag zou hij normaal gesproken ca. € 21.000 aan belasting moeten betalen. Dat zou in totaal over drie jaar dus € 63.000 belasting geweest zijn. Maar Leo heeft daadwerkelijk € 67.000 aan belasting betaald. Hij komt dus in aanmerking voor een belastingteruggaaf van € 4.000. Omdat de belastingdienst de eerste € 545 niet meetelt (drempel), resteert voor Leo een daadwerkelijk belastingteruggave van € 3.455.

Wanneer heb ik recht op een hogere (billijke) vergoeding?

In een aantal gevallen heb je als werknemer recht op een hogere vergoeding dan enkel de wettelijke transitievergoeding. Meestal is er dan sprake van een gebrekkig (of geen) ontslagdossier of heeft de werkgever zich ernstig verwijtbaar gedragen.

 

In veel gevallen zal de werkgever bij ontslag aansturen op een vaststellingsovereenkomst. Daarmee kan de werkgever zich namelijk een ontslagprocedure besparen en alle daarmee samenhangende tijd, kosten en risico’s. Daar staat dan tegenover dat je als werknemer in veel gevallen kunt onderhandelen over een (veel) hogere transitievergoeding, zeker als de werkgever geen overtuigend ontslagdossier heeft.

 

Maar ook als de werkgever ervoor kiest om een ontslagprocedure te voeren, kan de rechter bepalen dat je als werknemer recht hebt op meer dan de enkele transitievergoeding. Zo kan de rechter de werkgever veroordelen tot een extra vergoeding, de zogenaamde billijke vergoeding, als de werkgever zich ernstig verwijtbaar gedragen heeft. Van ernstig verwijtbaar gedrag kan sprake zijn als de werkgever zich heeft schuldig gemaakt aan:

Deze billijke vergoeding kan oplopen van enkele duizenden euro’s tot enkele honderdduizenden euro’s in een uitzonderlijk geval. 

 

Daarnaast kan de rechter de werkgever ook veroordelen tot een extra vergoeding als er sprake is van een gecombineerde ontslagreden (in juridische vaktaal spreekt men van de cumulatiegrond). Als de werkgever twee ontslagredenen combineert (bijvoorbeeld disfunctioneren en een verstoorde arbeidsrelatie) en elke reden is op zichzelf genomen niet overtuigend genoeg, dan kan de rechter besluiten om een extra vergoeding aan de werknemer toe te kennen van maximaal 50% van de transitievergoeding. In dat geval zou je dus maximaal 150% van de transitievergoeding kunnen ontvangen.

Hoe kunnen wij jou helpen?

De advocaten van Van Gelderen Arbeidsrechtadvocaten behoren tot de beste ontslagadvocaten van Nederland en staan je graag bij in deze moeilijke tijd. Heb je een arbeidsrechtelijk probleem? Bel gewoon even met de Ontslaglijn en we helpen je op weg!

Eva Witteveen

Advocaat arbeidsrecht

Uitlegvideo over de transitievergoeding

In deze video over de transitievergoeding legt arbeidsrechtadvocaat Maarten van Gelderen uit hoe de transitievergoeding wordt berekend.

Veelgestelde vragen over de transitievergoeding

De transitievergoeding is de ontslagvergoeding waarop je volgens de wet minimaal recht hebt als je ontslagen wordt of als je arbeidscontract niet verlengd wordt.

Als je ontslagen wordt heb je bijna altijd recht op een transitievergoeding. Dat is ook zo als je werkgever besluit je arbeidscontract niet te verlengen.

De hoogte van deze transitievergoeding is 1/3e maandsalaris per dienstjaar. Daarnaast geldt er een maximale transitievergoeding van € 84.000 of een jaarsalaris als jouw jaarsalaris hoger is dan € 84.000 bruto.

Je hebt geen recht op een transitievergoeding als je vanwege ernstig verwijtbaar gedrag (bijvoorbeeld op staande voet) ontslagen bent. Ook heb je geen recht op een ontslagvergoeding als je ontslagen wordt wegens het bereiken van de pensioen- of AOW-leeftijd.

De transitievergoeding wordt uiteindelijk samen met je salaris belast in box 1. Daarbij geldt een tarief van 37,10% over een belastbaar inkomen tot € 68.507. Daarboven geldt een tarief van 49,50% (tarief 2021).

Je hebt meestal recht op een hogere vergoeding als jouw werkgever geen overtuigend ontslagdossier heeft of als je werkgever ernstig verwijtbaar gehandeld heeft.